VAKBONDSFAMILIE

GENEN VOL STRIJDLUST

Tekst Andrew Groeneveld Beeld Jaap Schaap

‘WE LEERDEN VOOR ONSZELF OPKOMEN’

Thuis bij de familie Korthof in het Friese Boksum nemen ze het begrip vakbondsfamilie nogal letterlijk. Gepensioneerd vakbondsbestuurder Henk, zijn vrouw Marga, de twee zonen en twee dochters, al hun partners én alle grote kleinkinderen; werkelijk de hele bups is lid van de FNV.

Waar komt die diepgewortelde vakbondsliefde vandaan?

Vader Henk (67): ‘Ik denk dat het qua genen begonnen is bij mijn grootvader, die ik nooit gekend heb. Die was onbezoldigd vakbondsbestuurder en weigerde baas te worden toen hem dat werd gevraagd. Hij vond: waar je tegen vecht, daar moet je je niet mee vereenzelvigen. Zijn zoon, mijn vader, stemde PvdA, maar was niet actief voor de bond. Ikzelf ontdekte de bond bij Hoogovens, mijn eerste werkgever in 1973. Ik woonde in Velsen-Noord, was 20 en na mijn bedrijfsopleiding net twee maanden aan het werk toen er een staking uitbrak.’

Henk moest daarna in dienst, keerde terug bij het staalbedrijf, werd kaderlid en stond menigmaal rond cao-conflicten op de barricaden. In 1994 werd hij districtsbestuurder van de Industriebond FNV, standplaats Leeuwarden. Tot zijn pensioen kruiste hij decennialang de degens met bedrijven als Gasunie, NAM en andere cao-bedrijven.

De bond was thuis het favoriete gespreksonderwerp?

Zoon Chaim (39, FNV Organizer): ‘Ja, we groeiden er allemaal mee op. Met de verhalen over de vakbondsstrijd, de oorlogen, de internationale betrekkingen, noem maar op. We leerden voor onszelf opkomen. Toen ik jong was had ik een conflict met mijn huisbaas. Pa liet me dat zelf oplossen. Maar hij legde wel precies uit hoe ik druk kon zetten. En dat je een lijn in het zand moest trekken, tot hier en niet verder. Superspannend. Kom je er niet uit, zei hij, dan pas bel je mij. En dan stond-ie klaar om de hoek.’

De familie Korthof omvat een legertje kaderleden, OR-leden annex voorzitters, teamleden van campagnes, twee pensionado’s en een FNV-organizer. En o ja, ook nog twee zzp’ers bij FNV Zelfstandigen in de bouw.

Henk gaf de nakomelingen het goede voorbeeld?

Kleinzoon Levi (19): ‘Hij nam me een keer mee naar het Veenmuseum Damshûs, waar onder meer een expositie is over Domela Nieuwenhuis (grondlegger Nederlands socialisme, red.). Dat vond ik heel interessant. Ik zag daar dat wij het best goed hebben maar dat dat niet voor iedereen geldt en dat je dus moet vechten voor betere levensomstandigheden. Ik ben toen Chaim gaan helpen bij de Voor14-campagne, die de FNV voert voor een hoger minimumloon.’

Het slaat over op de hele familie?

Zoon Chaim: ‘Het is niet zo dat pa het stuurt. Het gaat onbewust, het gaat bij ons thuis bijna dagelijks over de bond. Ook wel over gamen en over de zorg, waar een deel van de familie in werkt. Enorme discussies zijn er altijd. Toen mijn neefje Levi nog maar 9 was discussieerde ik al met hem over de vraag of Saoedi-Arabië het nieuwe Detroit zou worden als daar de olie opraakte en het kapitalisme zou falen.’

Vader Henk: ‘Ik ben met mijn zonen zelfs speciaal in Detroit wezen kijken om te zien hoe de teloorgang van deze stad eruitzag. Ik geloof dat wij de enige toeristen waren.’

Allemaal leerzaam en besmettelijk?

Kleinzoon Levi: ‘Ja, ik durf de confrontatie nu wel aan te gaan. Als ik iets geloof, dan geloof ik dat ook echt. Ik ben niet van de slappe halve meningen. Mijn vrienden vinden dat vast irritant. Op school was ik ook opstandig.’

Is het altijd leuk?

Moeder Marga (74), lachend: ‘Nou, er wordt wel heel veel gediscussieerd in dit huis. Soms denk ik… Maar goed, iedereen doet eraan mee. Zo gaan we met het hele gezin mee om te protesteren als het moet. Zoals op het Museumplein met de pensioenen. Daar hebben we gewoon een familie-uitje van gemaakt.’

Meld je aan!

Wil je als vakbondsgezin je verhaal vertellen aan FNV Magazine, stuur dan een mail naar redactie@fnv.nl.

Deel deze pagina